Taalkeuze: Nederlands / English

Nieuw commitment nodig voor leenrechtstelsel

Er wordt aanzienlijk minder geld opgehaald via het vergoedingenstelsel voor het uitlenen van boeken via de bibliotheek. Dat voelen auteurs en met name kinderboekenschrijvers flink in hun portemonnee. De belangrijkste oorzaak is dat er veel minder uitleningen worden geregistreerd en een verschuiving van activiteiten naar schoolbibliotheken plaatsvindt, die onder de onderwijsvrijstelling vallen. De afgelopen jaren hebben onderzoeksrapporten tot veel discussie over de oorzaken van deze teruggang geleid. Maar niet tot een oplossing.

Het ontbreken aan eenduidige, betrouwbare cijfers zorgt voor een impasse. Nieuw commitment is daarom nodig voor een toekomstbestendig leenrechtstelsel, dat een nieuwe basis vormt en recht doet aan de oorspronkelijke doelstelling: een billijke vergoeding voor schrijvers voor het uitlenen van auteursrechtelijk beschermd werk. 

Partijen zijn het erover eens dat auteurs belangrijk zijn voor bibliotheken. Stichting Leenrecht doet nu een voorstel de tarieven voor 2019 met 10% te verhogen in afwachting van afspraken over de verbetering van registratie en definitie van uitleningen, en het daarbij passende tarief.

 


 

Om een idee te geven: in 1995 telden we 158 miljoen uitleningen voor boeken, dat leverde toen 40 miljoen gulden op aan leenrecht (nu met inflatie € 23 miljoen), de 69 miljoen uitleningen van nu brengen nog maar € 9 miljoen op.

   

 Lees meer over de verdwijnende basis van het leenrecht.

 


Stichting Leenrecht

Als auteursrechtelijk beschermde werken (bijvoorbeeld boeken, muziek, films of kunst) ter beschikking worden gesteld door middel van uitlenen, dienen de rechthebbenden zoals schrijvers, vertalers, illustratoren, musici, regisseurs en uitgevers, een billijke vergoeding te ontvangen. Het recht op deze vergoeding heet leenrecht.
De Stichting Leenrecht is door de minister aangewezen om deze wettelijke vergoeding te innen.


 

Homepage

Stichting Leenrecht heeft zich verbonden aan de Gedragscode voor Collectieve Beheersorganisaties op het terrein van het Auteursrecht en Naburige rechten.