Centrum voor dienstverlening auteurs- en aanverwante rechten

Uitspraak in hoger beroep verlengingen Stichting Leenrecht - VOB

Op 28 juni 2011 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in de gerechtelijke procedure tussen de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en Stichting Leenrecht. Het draaide in deze zaak om het verschil van inzicht dat beide partijen sinds 2005 hebben over de afdracht van leenrechtvergoeding voor verlengingen van uitgeleende boeken. Stichting Leenrecht was het niet eens met het vonnis van de rechtbank en had hoger beroep aangetekend. Dit beroep is nu afgewezen. Het Hof komt net als de rechtbank tot de conclusie dat een verlenging is uitgesloten van een separate billijke vergoeding. De verlenging valt immers onder de periode van uitlening aan één gebruiker, waarvoor de maker een vergoeding ontvangt. Of die vergoeding billijk is moet in het kader van het bepalen van de vergoeding door de StOL worden vastgesteld, aldus het Hof. De vaststelling van tarieven vindt immers plaats binnen de StOL (Stichting Onderhandelingen Leenvergoedingen).

Het Hof heeft geoordeeld dat een werk ‘aan het publiek ter beschikking komt’ als het boek in het bestand van de bibliotheek wordt opgenomen. Deze wijze van ter beschikking staan van het publiek stopt niet nadat het werk is uitgeleend aan één concrete gebruiker; het betreffende werk blijft immers in het bestand van de bibliotheek. Een verlenging is vervolgens niet te beschouwen als een relevante nieuwe rechtshandeling. De periode van verlenging valt immers al onder de “beperkte tijd” gedurende welke een gebruiker het werk tot zijn feitelijke beschikking krijgt. Het Hof wees daarmee het beroep van Stichting Leenrecht af. Die betoogde dat een verlenging moet worden aangemerkt als een nieuwe openbaarmaking, omdat het uitgeleende werk opnieuw voor een bepaalde periode ter beschikking wordt gesteld.
Overigens werden sinds de jaren ’90 verlengingen wel als uitlening geregistreerd en werd hiervoor dus ook separaat een leenrechtvergoeding afgedragen. Er was dus geen sprake van nieuw beleid van Stichting Leenrecht. Een aantal bibliotheken is echter sinds 2005 met die praktijk gestopt, toen andere automatiseringsmethoden werden ingevoerd en de mogelijkheid ontstond verlengingen te registreren via internet.

Stichting Leenrecht overweegt in cassatie te gaan tegen de uitspraak. Daarnaast zal met de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) binnen het kader van de StOL worden overlegd. Tot die tijd dienen de bibliotheken de voor verlengingen gefactureerde bedragen als voorheen te reserveren.  
De leenrechtvergoedingen die Stichting Leenrecht jaarlijks incasseert bij de bibliotheken worden uitgekeerd aan uitgevers, auteurs en andere makers.

Lees hier het arrest (pdf, 2MB)