

Zitting Rechtsbank 6 november 2009
Sinds 2005 hebben Stichting Leenrecht en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) een verschil van inzicht over de afdracht van leenrechtvergoeding voor verlengingen van uitgeleende boeken. De VOB stelt zich op het standpunt dat een verlenging slechts een verlenging is van de uitleentermijn, waarvoor geen extra leenrechtvergoeding verschuldigd is. Stichting Leenrecht is van mening dat een verlenging moet worden aangemerkt als nieuwe uitlening, omdat het uitgeleende werk opnieuw voor een bepaalde periode ter beschikking wordt gesteld. De leenrechtvergoedingen die Stichting Leenrecht jaarlijks incasseert bij de bibliotheken worden uitgekeerd aan auteurs. Op vrijdag 6 november troffen de partijen elkaar voor de Rechtbank in Den Haag, waarbij zij in de gelegenheid waren mondeling hun zaak te bepleiten.
De raadsman van VOB stelde dat het niet redelijk is dat een extra vergoeding moet worden betaald voor het feit dat iemand een boek langer leent. Hierover bestond nooit een verschil van mening. Dat dit principe nu toch ter discussie staat, kent volgens hem een hele andere achtergrond: Stichting Leenrecht zou naarstig op zoek zijn naar nieuwe bronnen van inkomsten. Het aantal uitleningen, en daarmee de afgedragen leenrechtvergoeding, loopt al jaren terug volgens de VOB, die aangeeft altijd braaf en meegaand te zijn geweest in de onderhandelingen over auteursrechten, maar dit keer niet van plan is over zich heen te laten lopen.
Stichting Leenrecht betoogde dat er geen sprake is van nieuw beleid: de tarieven van de leenrechtvergoeding zijn destijds in goed overleg vastgesteld op basis van het totaal aan uitleningen en verlengingen samen. Sinds de jaren ’90 werden verlengingen als uitlening geregistreerd en werd hiervoor dus ook leenrechtvergoeding afgedragen. Een aantal bibliotheken is daar sinds 2005 mee gestopt toen andere automatiseringsmethoden werden ingevoerd en de mogelijkheid ontstond verlengingen te registreren via internet.
Stichting Leenrecht heeft deze kwestie toen gelijk aangekaart bij de VOB. Inmiddels blijkt uit recente cijfers dat het aantal verlengingen enorm is toegenomen. Het lijkt er dus eerder op dat de VOB een kostenbesparing probeert te bewerkstelligen door over de verlengingen geen vergoeding meer af te dragen.
De VOB betaalt thans wel een vergoeding over betaalde verlengingen. Het onderscheid dat de VOB nu wil maken tussen betaalde en niet-betaalde verlengingen is voor het auteursrecht echter niet relevant. Voor iedere werk dat wordt uitgeleend heeft de auteur recht op vergoeding, ongeacht de vraag of de bibliotheek die vergoeding doorberekent aan haar leden of niet.
Uitspraak van de rechter wordt verwacht op 31 maart 2010.




